
Leven in IJsland
Human InterestIk ben Margje van Lent, 40 jaar, geboren en getogen in Heesch. Na jaren wonen in verschillende steden in Nederland en op Aruba besloten mijn verloofde Duco en ik in april te emigreren naar IJsland. We blijven hier waarschijnlijk twee jaar, al kan het leven natuurlijk altijd anders lopen.
Nu, een half jaar later, is het lang genoeg om de balans op te maken en kort genoeg om nog steeds verwonderd te zijn. De droom om langere tijd in het buitenland te wonen had ik al sinds mijn jeugd. Aruba was de eerste proef, maar de Scandinavische en arctische landen trokken me altijd: het afgelegen, de sneeuw, het bijna volledige donker in de winter en het 24/7 licht in de zomer. Extremen in klimaat spreken me nou eenmaal aan.
Mijn partner vond hier een baan als longarts in een academisch ziekenhuis. Zelf werkte ik tien jaar bij een grote zorgverzekeraar, een baan die ik met veel plezier en overtuiging deed. Die opzeggen was dan ook geen makkelijke keuze; autonomie, uitdaging en financiële onafhankelijkheid zijn voor mij belangrijk. Toch merkte ik dat vrijheid soms ontstaat wanneer je je fundament loslaat. Je moet alles opnieuw uitvinden. Spannend, soms teleurstellend, maar vooral vormend.
Mijn eerste analyse van IJsland is hoe gesloten het sociale systeem is. Op straat word je nauwelijks begroet, oogcontact is schaars en als je (nog) geen IJslands spreekt, wordt een gesprek vaak snel beëindigd. Solliciteren werkt hetzelfde: veel koffies, veel brieven, weinig antwoorden. Een IJslander vertelde me dat je hier je hele leven optrekt met de mensen van je kleuterschool; studeren doe je vrijwel alleen in Reykjavík, waardoor je weinig nieuwe mensen ontmoet en altijd in hetzelfde sociale systeem blijft. En ach, als Brabander herkennen we dat gevoel wanneer we die rivieren oversteken ;).
Omdat de arbeidsmarkt hier zo gesloten is, ben ik voor mezelf begonnen. Mijn opdrachten zijn op verschillende plekken in de wereld, behalve in IJsland. Hoe ironisch. Tegelijkertijd is dit eiland vooruitstrevend op vlakken die voor mij essentieel zijn. IJsland is een land van gelijkheid: gelijke betaling tussen mannen en vrouwen is wettelijk verplicht. Dat past bij de geschiedenis hier: in 1975 legden 90% van alle IJslandse vrouwen het werk neer tijdens de beroemde ‘Women’s Strike’, waardoor het land letterlijk tot stilstand kwam. Sindsdien is gelijkwaardigheid hier geen ideaal meer, maar simpelweg hoe het hoort te zijn. Zo krijgen ouders bijvoorbeeld samen één jaar verlof bij de geboorte van een kind en bepalen ze zelf hoe ze dat verdelen. Eindelijk een systeem dat niet uitgaat van traditionele rolpatronen, maar van twee gelijkwaardige volwassenen.
Wat betreft de natuur, die is hier overweldigend: walvissen, orka’s, zeehonden, meer dan 35 vulkanen waarvan een deel actief, en het noorderlicht dat nachtenlang danst boven je huis. Het meest opvallende in het dagelijkse leven is de zwembadcultuur. Om 16.00 uur zit heel IJsland in een warm, vulkanisch buitenbad. Wij inmiddels ook, drie keer per week. Het ene moment zit je naast de burgemeester, het andere naast de bakker. Alles en iedereen komt hier samen. Het is letterlijk én figuurlijk een warm bad, compleet het tegenovergestelde van wat je op straat of op het werk ervaart.
De toekomst zit wat mij betreft nog vol verrassingen; de wereld is groot. Maar voor nu zitten we goed hier. De donkere winter komt eraan, dat is soms eenzaam, soms zwaar. Maar de natuur is hier in de winter zo overweldigend, dat je precies begrijpt waarom mensen naar het Noorden trekken en deze winters omarmen.

























